kunst (zonder een kunstenaar) in de klas


Door Linda Rosink

‘Je zet toch ook geen wiskundige voor de klas om een simpele optelsom uit te leggen?’

Kunst en creativiteit in de klas, de basis ervan, mag niet afhangen van een kunstenaar of culturele instelling. Afgelopen weken ben ik op meerdere conferenties en bijeenkomsten over cultuureducatie geweest, gegeven door collega’s en fondsen. En overal hoor ik prachtige projecten verzorgd door kunstenaars en vormgevers die de klas in gaan. Ik vind het enorm waardevol dat hiervoor ruimte gemaakt wordt. Maar mijn vraag is dan, wat gebeurt er als die projecten voorbij zijn? Wat doet de leerkracht in de vele schoolweken die nog over zijn in het jaar?

Ik kan niet wachten tot de dag dat creativiteitsontwikkeling van kinderen dezelfde waarde heeft als bijvoorbeeld rekenvaardigheid en de ontwikkelingen op het gebied van taal. Zo ver zijn we nog lang niet. Als we echt willen dat de mensen en werknemers van de toekomst in staat zijn om hun creativiteit en flexibiliteit in te zetten in hun dagelijkse leven, dan moet er in het onderwijs structureel aandacht aan besteed worden. Met structureel in dit geval bedoel ik wekelijks.

En daar zit de crux, want zelfs een mooi programma als Cultuureducatie met Kwaliteit, waarin veel aandacht besteed wordt aan, de naam zegt het al, de kwaliteit van cultuureducatie in de klas, is (financieel) niet voldoende om wekelijks een kunstenaar voor de klas te zetten. En dat hoeft ook niet.

‘Juf, doe ik het zo goed?’

Ik ben modevormgever en beroepskunstenaar in de klas – ook wel Bikker. Als Bikker ging ik langs PO en VO scholen met mijn textiel en mode projecten. In mijn workshops staat altijd het creatief proces voorop. Dat houdt in dat ik niet hamer op nette rijgsteekjes, maar focus op het denkproces en maakproces van de leerling. Wat wil je maken, hoe kom je daar? Hoe kan ik je verder helpen?

Na een tijdje deze lessen gedaan te hebben merkte ik een aantal overeenkomsten tussen de leerlingen, ongeacht leeftijd. Ze waren niet op hun gemak bij de onzekerheid van het creatieve proces tijdens de lessen. Vaak werd er meermaals gevraagd: Juf, doe ik het zo goed?

Ik gaf ze geen stappenplan, knipvel of pakket van kwaliteitseisen. Ik start met een opdracht met kaders waarbinnen er vrij bewogen mag worden. Van daaruit gaat de leerling aan de slag. En als de inzet of motivatie er is, dan is elke stap in een proces goed, zelfs als er niet uitkomt wat je verwacht. Soms juist als er niet uitkomt wat je verwacht, omdat het je op een ander waardevol spoor kan zetten. 

De vraag: ‘Juf, doe ik het zo goed?’, is dus eigenlijk een vraag die mij vertelt dat een leerling het lastig vindt om te gaan met die onzekerheid. Vaak stelde ik de vraag terug: Dat weet ik niet, wat wil je doen/bereiken/maken?

Als professional, kunstenaar in de klas, sta ik dan in een klas met kinderen die eigenlijk nog helemaal niet klaar zijn voor wat ik eigenlijk met ze zou willen doen. Verdieping in het creatief proces. Ik wil niet verantwoordelijk zijn voor de basis van creativiteit. Daar hebben ze mij niet voor nodig, om dat te onderwijzen heb je geen kunstenaar of vormgever nodig.

‘Je zet toch ook geen wiskundige voor een klas om de optelsom uit te leggen?’

Als we willen dat kinderen in de toekomst creatief zijn, innovatief, dan moeten ze nu al op hun gemak zijn met het ongemak van een creatief proces. Stichting Kopa wil met PIONIER! scholen helpen om de basis van cultuureducatie en creativiteitsontwikkeling te dragen, we willen onszelf voor die basis overbodig maken. We werken toe naar creativiteit in elke klas.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.