Motivatie en eigenaarschap
Autonomie, competentie en relatie
Juf, is het zo goed?
Motivatie en eigenaarschap beginnen niet bij loslaten, ze beginnen bij wat je wel vasthoudt.
Je maakt de opdracht opener dan anders. Geen voorbeeld op het bord, geen stappenplan waar iedereen hetzelfde uitkomt, wel een thema en een techniek en verder ruimte. Binnen twee minuten staat er iemand naast je: juf, is het zo goed?
Die vraag lijkt te bewijzen dat de klas hier nog niet aan toe is. Meestal bewijst hij iets anders. De leerling vraagt toestemming om door te gaan, en zoekt daarvoor bij jou. Hoe vaker jij het antwoord geeft, hoe vaker de vraag terugkomt, en hoe dichter de leerling bij jouw denkkader blijft in plaats van bij het eigen.
Waar motivatie en eigenaarschap op rusten
Eigenaarschap krijg je dus niet door de teugels te laten vieren. Deci en Ryan beschreven in hun zelfdeterminatietheorie dat motivatie rust op drie behoeften die tegelijk vervuld moeten zijn. Autonomie, het gevoel dat je zelf iets te kiezen hebt. Competentie, het gevoel dat je iets kunt en dat je erin groeit. En relatie, het gevoel dat je erbij hoort en dat iemand ziet wat je doet.
Hoe dit werkt in een kunstles
In de kunstles zie je meteen wat er gebeurt als er eentje ontbreekt. Autonomie zonder competentie is een leeg vel en dertig kinderen die niet durven beginnen. Autonomie zonder relatie is een klas waarin niemand zijn werk wil laten zien. Competentie en relatie zonder autonomie is de knutselles waarin dertig bijna gelijke zonnebloemen ontstaan, netjes gemaakt en zonder één eigen keuze.
Er is een simpele manier om te toetsen waar je zit. Zet je laatste creatieve les op een lijn van 1 tot 10. Bij de 1 bepaal jij alles en maakt iedereen hetzelfde. Bij de 10 krijgt de leerling een leeg vel en verder niets. Wij ontwerpen onze lessen om rond de zeven te landen. Het kader komt van jou, het thema, de techniek en de beperkingen. De uitkomst komt van de leerling.
Wat opvalt in de praktijk is dat een les die op papier rond de zeven staat, tijdens het lesuur ongemerkt naar links schuift. Vaak goedbedoeld. Je wilt houvast geven en laat net even zien hoe het kan. Je stuurt de antwoorden bij tot er één overblijft. Zo sluit je denkroutes af die je juist wilde openen, en dat overkomt iedereen.
Kaders zijn hier je bondgenoot.
Drie materialen in plaats van de hele kast, twee kleuren, of één beperking waarbinnen verder alles mag. Hoe scherper het kader, hoe meer ruimte een leerling durft te nemen, omdat de vraag verschuift van wat de bedoeling is naar wat er mogelijk is.
En dan de derde behoefte, die het vaakst vergeten wordt. Relatie zit in het gesprek na afloop. Dat gesprek gaat over wat je in elkaars werk ziet, welke keuze van een ander je inspireert en wat je een volgende keer anders zou doen. Een winnaar aanwijzen hoort daar niet bij. In een klas waarin verschillen normaal zijn, durven kinderen meer te laten zien.
Wat je hiervan terugziet, zie je niet aan het eind van één les. Je ziet het over weken. Een kind dat begint zonder eerst te vragen of het mag. Een kind dat een idee bijstelt zonder dat als mislukking te ervaren. En de vraag of het zo goed is, die steeds minder vaak gesteld wordt. Dat is een van de mooiste graadmeters die je hebt.
Binnenkort delen we een test, voor jou en je collega’s. Met deze test kunnen jullie samen onderzoeken hoeveel autonomie jullie geven in de kunstlessen. Blijf ons volgen!
Onderbouwing in je mailbox
Wil je precies weten hoe de kunstenaarsblik in de methode is opgebouwd, en welke pedagogische keuzes daarachter zitten? Ontvang de onderbouwing in je inbox.
