Wat de kunstenaarsblik toevoegt aan het leren

Verwondering, nieuwsgierigheid en autonomie

De kunstenaarsblik en PIONIER!

Een kunstenaar begint zelden bij een antwoord. Er is een vraag, een materiaal, een onderwerp dat nog niet klopt en daarom om onderzoek vraagt. Onderweg verandert het plan, en dat hoort erbij. Die manier van werken is het vertrekpunt van elke les binnen PIONIER!, en ze reikt verder dan het kunstlokaal.

Wanneer een kind leert kijken zoals een kunstenaar kijkt, leert het iets dat in geen enkel vak apart op het rooster staat. Geduld met een proces waarvan de uitkomst nog niet vastligt. De gewoonte om een vraag te stellen voordat er een oordeel valt. Het besef dat een eerste idee zelden het beste idee is en dat doorwerken meer oplevert dan meteen goed doen.

Dat is de kern van creatief bezig zijn en niet het bijproduct ervan. Je ziet het terug in onderzoekend denken, in het omgaan met tegenslag, en in het vermogen om een vraagstuk vanuit een eigen perspectief te bekijken.

Waarom die taal er zo vaak niet is

Veel scholen willen meer met kunst en cultuur, en lopen er in de praktijk op vast. Kunstlessen komen los van de thema’s te staan, of ze schieten erbij in. En als iemand vraagt wat kinderen er nu precies van leren, blijkt de taal ervoor te ontbreken.

Dat is geen persoonlijk tekort. In 1968 ging nog een kwart van het pabo-curriculum over kunstonderwijs, en dat is inmiddels teruggelopen tot ongeveer 13 procent (Hagenaars, 2023). De onzekerheid die je misschien voelt bij een open opdracht is een gat in de opleiding, en dat gat vul je niet met een extra verantwoordingsronde.

Wat een kunstenaar anders doet

De kunstenaarsblik bestaat uit een paar houdingen die zich laten vertalen naar de klas.

Nieuwsgierigheid komt voor het oordeel. Een kunstenaar stelt eerst een vraag en trekt daarna een conclusie. In de klas betekent dat dat een kind onderzoekt voordat het beoordeelt, bij het werk van een ander en bij een eigen idee.

Onaf werk mag bestaan. Een werk dat nog niet klaar is, is een fase in het proces. Kinderen die dat ervaren, durven een idee langer vast te houden voordat ze er een waardering aan hangen.

Een eigen antwoord is waardevol. Bij een open opdracht ligt de uitkomst niet vast, en dat vraagt vertrouwen van het kind en van de leerkracht.

Vastlopen is geen reden om te stoppen. In het werkboek staat tussen de stappen van het creatieve proces een woord dat je in weinig methodes tegenkomt: frustratie. Dat woord staat er met opzet, want het hoort bij maken.

In de methode

Elke les binnen PIONIER! vertrekt vanuit het werk van een kunstenaar die zich op een eigen manier tot een thema verhoudt. Die verbinding is inhoudelijk en ligt vast in het ontwerp van de les, niet als versiering achteraf.

De leerkracht laat een techniek zien en geen eindresultaat om na te doen. Zodra beeldmateriaal zich richt op een resultaat dat gehaald moet worden, wordt het gevoeld als meetlat, en daar verdwijnt de ruimte in het proces. Wat een leerling maakt is daardoor altijd een eigen antwoord.

Het kader komt van de les: het thema, de techniek, de beperkingen. Kaders bieden veiligheid, ze voorkomen dat leerlingen zwemmen in mogelijkheden en geven vertrouwen om binnen dat speelveld te bewegen. Een goed kader begrenst het speelveld en schrijft de uitkomst niet voor. Twee kleuren, drie materialen, drie variaties, of één woord om vanuit te starten.

Daar hoort een houding van de leerkracht bij, en die staat in het werkboek uitgeschreven in de letters van PIONIER! en TROTS. Samen vormen ze de grondhouding: een manier van kijken naar het gedrag, het werk en het proces van je leerlingen, waarbij de leerling aan het roer staat. Je hoeft daarvoor zelf geen kunstenaar te zijn. De methode brengt de blik van de kunstenaar de klas in, en jij begeleidt het proces dat daarop volgt.

Wat je ervan terugziet in de klas

Dit is niet iets wat je na één les afvinkt. Het werkboek geeft drie dingen om te observeren terwijl leerlingen bezig zijn. Waar in het proces loopt iemand vast, bij het beginnen, het variëren, het kiezen of het afronden. Welke emotie zie je, onzekerheid, perfectionisme, haast of weerstand. En welke steun helpt, meer kader, meer tijd, een techniekzetje of een open vraag.

Er is ook een graadmeter die je zonder formulier kunt gebruiken. Hoe vaak krijg je de vraag of het zo goed is? Een leerling die vertrouwen krijgt in de eigen autonomie stelt die vraag steeds minder vaak. Als die vraag afneemt, gebeurt er iets.

Voor het gesprek met bestuur of inspectie is dat bruikbaarder dan een cijfer over beeldend werk, omdat het gaat over hoe een kind leert. Het sluit ook aan op wat de conceptkerndoelen vragen op het gebied van onderzoeken, betekenis geven en een eigen perspectief innemen.

Kort gezegd

De kunstenaarsblik is geen sfeer die je met een leuke opdracht in de klas probeert te maken. Het is een grondhouding die je stap voor stap opbouwt, doordat kinderen ervaren dat onderzoeken, twijfelen en bijstellen bij leren horen. Bij PIONIER! zit die grondhouding in de opbouw van elke les, en in de begeleiding ernaast.

Creatief materiaal op een gekleurde achtergrond

Onderbouwing in je mailbox

Wil je precies weten hoe de kunstenaarsblik in de methode is opgebouwd, en welke pedagogische keuzes daarachter zitten? Ontvang de onderbouwing in je inbox.