Maatwerk binnen een vaste structuur

Inhoudelijker creatief proces en verdieping in de leerstof

Een ICC-er zit met twee documenten naast elkaar open. Links het eigen jaarplan, kleurgecodeerd, opgebouwd in jaren van bijschaven, afgestemd op deze school en deze leerlingen. Rechts het thema-overzicht van een nieuwe methode. Ze sluiten niet meteen op elkaar aan, en de vraag die dan opkomt is niet praktisch maar persoonlijk. Moet je loslaten wat je zelf hebt opgebouwd om ergens anders mee te kunnen werken?

Dat gevoel is niet overdreven. Scholen werken zelden met een leeg curriculum. Er is een eigen themaplan, of een methode als Wetenswaardig of IPC, of jarenlange traditie rond bepaalde onderwerpen per jaargroep. Iets nieuws dat daar dwars doorheen fietst voelt als verlies, ook als de inhoud goed is.

Wat meeschuift en wat overeind blijft

Bij PIONIER! hoeft die keuze niet gemaakt te worden. De leerlijn van 36 thema’s is zo opgebouwd dat je hem kunt laten aansluiten op de eigen thematische aanpak van de school. Werkt een school met Wetenswaardig, dan stem je de thema’s daarop af. Heeft een school een eigen jaarplanning, dan volgt de leerlijn diezelfde route.

De volgorde is dus flexibel. Wat overeind blijft is de opbouw binnen de methode: de samenhang tussen de thema’s, de opbouw van vaardigheden over de jaren heen, en de kunstenaarsblik als terugkerende manier van kijken. Binnen een les geldt hetzelfde onderscheid. De uitvoering is flexibel, in tempo, in materiaal en in de mate van begeleiding. Het thema van een les staat vast, want elke les vertrekt vanuit de blik van een kunstenaar op dat specifieke onderwerp, en die verbinding is vooraf ontworpen. Daar zit de waarde.

Waar het woord maatwerk misgaat

Maatwerk betekent hier niet dat je losse onderdelen uit de methode haalt en de rest laat liggen, als een buffet waar je uitpikt wat uitkomt. De kracht van de leerlijn zit in de samenhang tussen de thema’s, in de opbouw over de jaren, en in de herhaling van dezelfde manier van kijken. Haal je die samenhang eruit, dan haal je ook de leerwinst eruit. Wat verschuift is de volgorde, en niet de opbouw.

Waarom dat verschil praktisch uitmaakt

Scholen die een nieuwe aanpak invoeren en na een jaar merken dat die alweer wegzakt, herkennen achteraf vaak dezelfde oorzaak. Het paste nooit echt bij wat er al lag, en verdween net zo snel als het kwam. Iets dat vanaf het begin aansluit op de eigen structuur blijft eerder hangen.

Omdat de leerlijn inhoudelijk aansluit op de thema’s van een methode, loopt hij mee met de jaarplanning die er al is. Per leerjaar zijn er vijf tot acht thema’s beschikbaar, met bij elk thema ongeveer vier lesuren aan materiaal, in een doorlopende opbouw van groep 4 tot en met 8.

Voor de twee documenten op tafel

De twee documenten die naast elkaar liggen zijn geen tegenstrijdige keuzes. Het eigen jaarplan blijft leidend in de tijd, de methode blijft leidend in inhoud en opbouw. Je houdt ze allebei vast.

En voor een leerkracht betekent het dat een kunstles nooit een vreemde eend in de bijt is. Die sluit altijd aan bij waar de groep al middenin zit.

Creatief materiaal op een gekleurde achtergrond

Op de hoogte blijven?

Dit is het laatste artikel binnen het fundament. Wil je op de hoogte blijven van wat we schrijven over kunstonderwijs op de basisschool, dan kun je je aanmelden voor de nieuwsbrief.